Vechten om elk woord.
Een gesprek met en over Hof van Eede

Koen Tachelet
© NTGent magazine #11, maart–april 2017
“Wij zijn een theatergroep met drie leden, waarvan er twee zussen zijn, twee elkaars lief, en alle drie bezeten door literatuur. Dat moet wel botsen.” Botsen. Het is een woord dat vaker zal vallen. Verhaallijnen, personages, dialogen laten botsen en met de brokstukken nieuwe ruimtes openen. Het zou een mogelijke omschrijving kunnen zijn voor het theater dat Hof van Eede maakt. Maar het is ook kenmerkend voor het gesprek met Louise en Ans van den Eede en Wannes Gyselinck, samen Hof van Eede. Een gesprek dat weigert een interview te worden, maar dat meandert en zoekt en wringt en zichzelf tegenspreekt in een poging steeds opnieuw en beter te formuleren. “Wij krijgen vaak te horen dat we metatheater maken. Maar dat voelen we zelf niet zo aan. Onze voorstellingen ontstaan vanuit een intuïtie. Het klopt dat wij veel met taal bezig zijn. Dat heeft te maken met onze obsessie met literatuur, maar ook omdat we vinden dat we in een tijd leven waarin woorden op een dogmatische manier worden gebruikt, om werkelijkheid te creëren in plaats van te bevragen.” Geen interview dus, maar een beschouwing in drie hoofdstukjes.


Wij willen op het toneel de omweg valideren, de taal heroveren, de complexiteit van taal opnieuw honoreren. Niet als spielerei, maar omdat de werkelijkheid zelf complex is.


ERVARING / TAAL

Tijdens het gesprek kijken Ans, Louise en Wannes voortdurend naar elkaar, vragen met hun ogen om bevestiging, onderbreken zichzelf midden in een zin, vullen elkaar aan, laten stiltes vallen, associëren er op los, maar komen, als een kat, altijd op een of andere manier weer op hun poten terecht. Gaandeweg ontstaat het beeld van een rivier die in alle richtingen meandert, en is het onmogelijk om nog te onderscheiden wie wat heeft gezegd, wie wat heeft tegengesproken of geponeerd. Alsof het niet gaat om de bewering op zich, maar om het spel met beweringen, het kneedbaar maken van de taal. “Onze voorstellingen zijn niet politiek op een directe manier, maar ze komen wel op voor een omgang met taal die in het huidige politieke klimaat niet evident is, een bepaald soort spreken dat aan het verdwijnen is: het zoekende spreken, het precieze formuleren. Woede is niet hetzelfde als toorn, bijvoorbeeld. Wij gruwen van een spreken dat zichzelf als sluitend poneert, en dus de werkelijkheid als iets dat je in een paar zinnen zou kunnen vatten. Wij willen op het toneel de omweg valideren, de taal heroveren, de complexiteit van taal opnieuw honoreren. Niet als spielerei, maar omdat de werkelijkheid zelf complex is.” Hun tweede voorstelling Dorstig (2013) gaat over een groepje vrienden die de gedeelde ervaring van een epische nacht poogt te reconstrueren, in de wetenschap dat in de latere gesprekken de talige reconstructie van die nacht bepalender zal zijn dan de nacht zelf. Ze verwijzen naar de romancyclus A la recherche du temps perdu, waarin Proust stelt dat de rauwe beleving op zich niet zoveel voorstelt, dat die pas waarde krijgt door de verwoording ervan. Ervaring kan maar gedeelde ervaring worden via de taal. Is er ook een prijs die je daarvoor betaalt, wil ik weten. Marcel Proust moest zich dertien jaar van de wereld afsluiten om zijn meesterwerk te schrijven. In de derde Hof van Eede productie, Het Weiss-effect, doen drie acteurs een ultieme poging om hun idool, de (fictieve) denker en schrijver Edgar Weiss tot leven te brengen, onder meer door de ochtend dat hij zijn ultieme werk creëerde, zo gedetailleerd mogelijk te reconstrueren: hoe hij aan tafel zat, koude koffie dronk, een boterham met pompelmoesjam at enzovoort. De overgave waarmee de Weiss-adepten die poging ondernemen, heeft iets aandoenlijk, maar ook iets wanhopigs. Het is tegelijk een ode aan de taal, maar ook een erkenning van haar beperkingen. Ik vraag hen of al dat obsessionele pogen om de ervaring talig te reconstrueren, niet juist de weg blokkeert voor nieuwe ervaring. Ze zijn het er wel en niet mee eens. “Wij leven in een onttoverde wereld. Kunst, en dus ook taal, is in staat de wereld opnieuw te betoveren. In het Weiss effect luidt het: ‘Sinds ik Edward Hopper ken, lijkt het alsof ik in een schilderij sta te tanken. Ik zie geen tankstation meer, maar poëzie.’ Kunst is in staat de banaliteit van het leven op te laden met poëzie. Uiteraard kan taal ook in de weg staan van de ervaring. Het is een vraag die ons bezig houdt: hoeveel fictie heeft een mens nodig om de dag door te komen?”


Ervaring kan maar gedeelde ervaring worden via de taal.


LEVEN / LIEFDE

Waar het met de wereld naartoe gaat, daar gaan wij naartoe. Het is de titel van de eerste Hof van Eede voorstelling. De acteurs, een man en een vrouw, beginnen de voorstelling met een verontschuldiging: ze wilden iets doen rond Diderot’s roman Jacques de fatalist, maar het heeft hen danig in de problemen gebracht. Niet alleen zijn ze er niet in geslaagd een voorstelling te maken, ook hun eigen relatie, werd erdoor getroebleerd. Net zoals Jacques in Diderot’s roman er niet in slaagt zijn liefdesverhaal verteld te krijgen omdat hij voortdurend verdwaalt in nevenverhalen en subplots, zo slagen de man en de vrouw er niet in om hun verhaal, dat van Diderot dus, te vertellen. Maar gaandeweg schemert doorheen hun discussies, woordenwisselingen en rêverieën een beeld van hun eigen gecompliceerde verhouding. “Het is een paradox die ons bezig blijft houden. Aan de ene kant willen de geliefden de ervaring van de liefde vastleggen, aan de andere kant weten ze dat de liefde zelf in de benoeming ervan verdwijnt. In elke liefdesrelatie zoek je naar de ultieme woorden die recht doen aan wat je voelt, maar die bestaan niet. En gelukkig maar. Iets niet-zeggen is iets beschermen.” Ervaren zij het hun leven buiten het theater zelf ook zo als de personages in hun stukken, namelijk als iets dat verdwijnt op het moment dat je het beleeft? En dat er dus niets anders overblijft dan de eeuwige zoektocht naar formuleringen die deze beleving zo dicht mogelijk nadert? “Goeie vraag”, reageren ze. Maar vervolgens kijken ze mij alle drie verbaasd aan en blijft de vraag onbeantwoord. Ik moet denken aan andere theatermakers van hun generatie. Wat vaker terugkomt: dat deze generatie het onderscheid tussen kunst en leven niet zo relevant vinden. Of beter: dat voor hen kunst waarin het leven niet terug te vinden is, niet zo hoeft. “Leven is toch: zo precies mogelijk naast het doel schieten?” Gaat het hen in hun voorstellingen dan om het vieren van het onvermogen? “Ja. Elke dag geconfronteerd worden met het falen van de taal, en tegelijk beseffen dat in dat onvermogen onze condition humaine schuilt. Het mooie én het moeilijke is: er zijn geen spelregels. Alles is zoeken. Er zijn krachten en tegenkrachten. Het is de spanning tussen beide die dynamiek creëert. Zo bouwen wij bij het voorbereiden van een voorstelling aan onze personages. Stem en tegenstem. Vergelijk het met een tongewelf. Het is de spanning tussen tegengestelde krachten die het gewelf zijn stevigheid verleent.”


In elke liefdesrelatie zoek je naar de ultieme woorden die recht doen aan wat je voelt, maar die bestaan niet. En gelukkig maar. Iets niet-zeggen is iets beschermen.


URGENTIE / EXTASE

Het werk van Hof van Eede ademt literatuur. Hun boekenkast verraadt een voorliefde voor literaire buitenbeentjes en dwarse denkers. Nescio, Thomas Mann, Milan Kundera, David Foster Wallace. “Bedreigde diersoorten”, noemen ze dit soort schrijvers. “Lezen is ontginnen. Onze voorstellingen zijn een manier om met elkaar en ons publiek te delen wat we gelezen hebben.” In het Weiss-effect gaan ze daarin het verst, proberen ze de toeschouwer mee te sleuren in een gedeelde wereld, ook al bestaat die wereld enkel als een fictie, een verhaal. Maar op het moment dat het doel in zicht is, loopt het fout en beseffen acteurs én publiek de vergeefsheid van hun poging om een sluitend verhaal te creëren. Als er al een mensbeeld in het werk van Hof van Eede schuilt, is het dat van de onrustige mens, die orde in de chaos probeert te scheppen, daarin faalt maar daarna met nog meer overgave op zoek gaat naar potentiële betekenisgeving en ordenende principes. Ligt hier de politieke dimensie van hun werk? “De urgentie van onze stukken ligt in het vechten voor elk woord.” Dat vechten moet vrij letterlijk worden begrepen. “We kennen onze beperkingen. Individueel schrijven we belabberde teksten, vinden we. Maar door die teksten tegen en in elkaar te drukken, ontstaat er iets dat complex, interessant, en vitaal is. Noem het een vorm van alchemie.” Het bijzondere aan Hof van Eede is, dat dit samendrukkende principe niet alleen hun werkmethode is, maar ook in vorm van de voorstelling zelf is terug te vinden, in de speelstijl, in de interactie met het publiek. Ook al lijken hun voorstellingen een caleidoscoop van halve dialogen, metaforen en paradoxen, op het einde heb je als toeschouwer wél het gevoel dat je in een wereld bent geweest die in al zijn ongerijmdheden raakt aan een existentieel levensgevoel. “Ons werk gaat over vrijheid en determinisme. In die zin begon het allemaal met het lezen van Jacques de Fatalist van Diderot, waarop we onze eerste voorstelling baseerden. Enerzijds leeft het hoofdpersonage in een wereldorde die helemaal vast lijkt te liggen, maar door de stijl van het boek, de manier waarop Diderot het verhaal laat ontsporen en de taal laat werken, ontstaat een enorme vrijheid. Diderot speelt een spel. Maar wel een ernstig spel, omdat via het spel de vrijheid wordt bevochten, op het slagveld van de taal.” Nog één keer stel ik hen de vraag: Vindt het leven volgens Hof van Eede dan vooral plaats in het discours over het leven? Liefde in het spreken over liefde? Bestaat de niet gemedieerde ervaring dan helemaal niet? Is het ‘nu’ een illusie? “Het nu bestaat zeker, maar misschien enkel in de extase en de psychose. Enkel dan valt het subject en het object samen. In Het Weiss-effect proberen de personages dat verhevigde moment op te roepen, door de psychotische nacht van hun idool te reconstrueren, de nacht die hij door moest om bij zijn belangrijkste denkbeeld uit te komen. Wat blijkt: hoe meer ze dat ene cruciale moment proberen te naderen, hoe minder ze het terugvinden. Het ‘nu’ is extreem vluchtig. Het is voorbij zodra je het wil pakken. In het ‘nu’ ben je alleen. Samen ben je in de zoektocht ernaar, in de poging om het nu te reconstrueren.”

 

TOT SLOT

Na afloop van het gesprek moet ik denken aan Eyes wide shut van Stanley Kubrick. Hoe een droomervaring een grotere impact kan hebben op een mensenleven dan de tastbare werkelijkheid. De voorstellingen van Hof van Eede creëren met hun gefabuleerde levens en dolgedraaide plots een dergelijke impact. Een feestje zonder protocol. Een spel zonder spelregels. Te betreden op eigen risico.

© Hof Van Eede 2018
Ontwerp en development Studio Rubio